Het was al langere tijd aangekondigd; De overheid zou met verbeteringen van en met aanvullingen op de Wet DBA komen. Inmiddels heeft het nieuwe regeerakkoord  het licht gezien en ligt er een concrete indicatie van de manier waarop Rutte III met zzp’ers en schijnzelfstandigheid om wil gaan.

Voor alle duidelijkheid: De Wet DBA blijft gewoon bestaan omdat die alleen de VAR weg heeft genomen en verder niet veel doet. De VAR komt niet terug en de voorstellen die nu op tafel liggen zijn aanvullingen op de Wet DBA.Voordat ik uitleg over welke voorstellen het gaat is het van belang om je te realiseren dat het om voorstellen gaat. De nieuwe regering heeft aangekondigd dat ze de polder willen laten meedenken en meepraten en als dat achter de rug is volgt natuurlijk nog het normale traject langs de Tweede en Eerste Kamer. Nu hebben werkgevers en werknemers de laatste tijd aangetoond het niet zo makkelijk met elkaar eens te worden als het om de arbeidsmarkt gaat en de vele belangenvertegenwoordigers spreken over vrijwel niets met één stem. Vervolgens heeft de huidige regering zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer de kleinst mogelijke meerderheid, waardoor niet argeloos met de oppositie kan worden omgesprongen. Het lijkt me daarom realistisch om erop te rekenen dat de voorgestelde maatregelen op zijn vroegst in 2019 in wetgeving kunnen worden omgezet en dan nog zal het om bijzondere politieke evenwichtskunsten vragen van de betrokken bewindslieden. We dienen er rekening mee te houden dat de voorstellen de eindstreep niet of niet ongeschonden zullen halen.

Overheidsdoelen

De overheid wil een heleboel tegelijk als het om zzp’ers gaat:

  • Schijnzelfstandigheid bestrijden
  • Ruimte geven aan echt ondernemerschap
  • De zzp’ers met lagere tarieven beschermen
  • De opdrachtgever mede verantwoordelijk maken voor de feitelijke werksituatie
  • Begrippen als gezag en vervangbaarheid (persoonlijke arbeid) hanteerbaarder maken
  • Ondernemerschap toetsen bij zzp’er en de feitelijke werksituatie bij de opdrachtgever
  • Rijks inkomsten efficiënt veilig stellen

Het moet gezegd worden dat de voorstellen van Rutte III al deze doelen bijzonder knap in zich verenigen. Er is dankbaar gebruik gemaakt van de adviezen van de commissie Boot door drie beoordelingscriteria toe te voegen voor de feitelijke werksituatie:

  • De hoogte van het tarief
  • De lengte van de opdracht
  • Of het reguliere dan wel niet-reguliere werkzaamheden betreft bij de opdrachtgever

Met deze drie criteria wordt het beslist duidelijker wanneer een werksituatie nu wel of niet kwalificeert als arbeidsovereenkomst. Bovendien geeft de regering aan eerder van de materiele werksituatie (op de werkplek) uit te gaan dan van de formele werksituatie (contractueel). Vervolgens worden er drie instrumenten toegevoegd waarmee het makkelijker zou moeten worden dan met de modelovereenkomsten:

  • De fictieve dienstbetrekking bij tarieven onder de €18 (men spreekt van €15 à €18)
  • De opt-out regeling voor zzp’ers met tarieven boven de €75
  • De opdrachtgevers verklaring via een web module waarmee verklaringen worden gedaan over de feitelijke werksituatie

Schematisch zien de voorstellen er als volgt uit:

In de praktijk zal dit betekenen dat ruim 200.000 zzp’ers soms als zzp’er een opdracht kunnen doen en soms ook weer niet. Het kan niet als zzp’er:

  • Indien het reguliere werkzaamheden betreft en de opdracht langer duurt dan 12 maanden
  • Indien het reguliere werkzaamheden betreft en de opdrachtgever geen opdrachtgeversverklaring kan/wil ondertekenen
  • Indien het reguliere werkzaamheden betreft en het uurtarief onder de €18 ligt

Als het niet-reguliere werkzaamheden betreft, zijn de mogelijkheden voor zzp’ers uitgebreider maar zelfs dan zullen opdrachtgevers soms liever geen opdrachtgeversverklaring ondertekenen.

Geen opdracht is hetzelfde

In veel gevallen zullen de opdrachtduur, het tarief en de aard van de werkzaamheden variëren. De ene keer boven de €75, de andere keer er wat onder. De ene keer langer dan 12 maanden, de andere keer wat korter. De ene keer reguliere werkzaamheden, de andere keer niet-regulier. De ene keer zal een opdrachtgever met een opdrachtgeversverklaring werken en de andere keer niet. Soms kan de opdracht dus als zzp’er gedaan worden en de andere keer kan het alleen vanuit een loondienstverband. Het is natuurlijk onhandig, maar ook heel onvoordelig om – afhankelijk van de opdracht- van werkvorm te moeten veranderen. De intermediair zal de ene keer verlangen dat je vanuit een pay roll situatie aan de slag gaat en staat de andere keer toe dat je als zzp’er werkt. Dan weer in een AOV verzekering en dan er weer uit. Dan weer verplicht in het pensioenfonds Stipp en er dan weer uit. Dan weer met een accountant werken en dan weer niet. Dan weer bedrijfskosten kunnen aftrekken en dan weer niet. Dan weer sociale rechten in het sociaal stelsel opbouwen, en dan weer op nul komen te staan. Wat kost dat wel niet?Het blijft daarom verstandiger om te kiezen voor stabiliteit.

Zekerheid met een DUBV

Met een DUBV volgens het Uniforce-concept heb je al die kosten en onzekerheid niet. Je kunt alle opdrachten oppakken en je opdrachtgever (en intermediair) altijd vrijwaren met de VUR. Ongeacht de aard van de werkzaamheden of de duur van de opdracht, met of zonder opdrachtgeversverklaring en ongeacht je tarief. Bovendien heb je altijd sociale zekerheid, raak je de opgebouwde rechten nooit kwijt en kun je gewoon bij je vertrouwde accountant blijven. Daarnaast ben je verzekerd tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid op een betaalbare manier, je kunt je bedrijfskosten gewoon aftrekken en je hebt geen enkele pensioenverplichting.Het is maar helemaal de vraag of de voorstellen er (ongeschonden) door komen en wat regulier zal zijn en wat niet.  Één ding is zeker; het Uniforce-concept is gemakkelijker en voordeliger dan steeds moeten switchen.

Download onze gratis whitepapers