Het zal je niet zijn ontgaan, het nieuws omtrent de Vaststellingsovereenkomst (vso) die begin juli door de Belastingdienst is opgezegd. Maar, wat houdt dit nu precies in? En wat betekent het als je al werkt met een DUBV? Fiscalist Jasper Commandeur van Brainnet schreef er een artikel over op ZipConomy dat meer licht op de kwestie werpt. 

Hieronder een deel van het artikel dat eerder is gepubliceerd op ZipConomy:

De Rechtbank in Den Haag zette vorige week een streep door de zogeheten Declarabele Uren BV’s van Uniforce. Maar die uitspraak roept bij fiscaal jurist Jasper Commandeur nog veel vragen op. Krijgen we nu ook te maken met zoiets als ‘schijnwerknemers’, vraagt hij zich af.

Het veelbesproken Uniforce-concept draait om de zogeheten Declarabele Uren B.V. (DUBV). Wie voor Uniforce kiest, richt samen met de Uniforce Groep zo’n DUBV op. Hij of zij gaat vervolgens in loondienst voor deze B.V. werken en is daar voor 80% aandeelhouder, directeur en bestuurder. Op het loon dat de B.V. uitbetaalt worden loonheffingen ingehouden.

Het is een constructie die al jaren erkend is door de Belastingdienst. Zo schreef de fiscus in een brief van 17 december 2014:

Op basis van de statuten, (…) de uitvoeringsovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst moet (…) worden aangenomen dat de Uniforcer ter zake van zijn dienstbetrekking bij de DUBV verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.

De met de Belastingdienst afgesloten vaststellingsovereenkomst, in combinatie met de door Uniforce afgegeven “Verklaring Uniforce Registratie” (de VUR-verklaring) geeft opdrachtgevers de zekerheid vooraf dat zij niet worden gezien als inhoudingsplichtige. Dat is de DUBV immers al. De DUBV draagt alle loonbelasting én premies af voor de werknemer, zoals een uitzendbureau of detacheerder dat ook doet voor haar werknemers.

In tegenstelling tot wat weleens wordt gedacht, is iemand die volgens het Uniforce-concept werkt dus geen zelfstandig ondernemer, maar een werknemer. De Belastingdienst hoeft daarom ook niet te controleren op ‘schijnzelfstandigheid’. Van een werknemer(achtige) die zich presenteert als ondernemer is immers geen sprake: de Uniforcer presenteert zich als een werknemer en was dat naar de mening van Belastingdienst ook.

Belastingdienst zegt de overeenkomst met Uniforce op

Waar komt dan nu toch de ophef vandaan? Die is terug te leiden tot een brief van de Belastingdienst, van 9 april 2018, waarin de vaststellingsovereenkomst met Uniforce wordt opgezegd.

In die brief staat als motivatie:

De overeenkomst is overbodig geworden omdat de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder gewijzigd is;

De mogelijkheid van opzegging is nadrukkelijk opengehouden;

Voor de wettelijke vrijwaring van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) is een systematiek van optionele voorwaardelijke goedkeuring in de plaats gekomen. De systematiek waarbij op voorhand zonder beoordeling van de onderliggende arbeidsverhouding een vrijwaringsverklaring voor alle opdrachtgevers van de Uniforcers wordt verstrekt (een collectieve arbeidsrelatie), past niet in de systematiek van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA);

Uit onderzoeken zou blijken dat de feitelijke gang van zaken sterk afwijkt van de kwalificatie van de arbeidsverhouding in de vaststellingsovereenkomst. De Belastingdienst schrijft dat een groot deel van de Uniforcers rechtstreeks of via tussenkomst in dienstbetrekking is bij de opdrachtgever;

De vaststellingsovereenkomst voortzetten leidt tot een ongelijk speelveld ten opzichte van opdrachtgevers die nog zekerheid moeten verkrijgen over hun inhoudingsplicht.

De rechter gaat mee in de argumenten van de Belastingdienst

De rechter gaat mee in de stelling van de Belastingdienst dat de overeenkomst opgezegd kan worden in verband met de Wet DBA. Naar het oordeel van de rechter wordt in de nieuwe systematiek niet langer op voorhand een collectieve vrijwaring verstrekt.

Niet valt in te zien waarom ten aanzien van Uniforcers een uitzondering moet worden gemaakt, aldus de rechter. Daarmee heeft de Belastingdienst vooralsnog een zwaarwegende reden voor opzegging en is Uniforce een redelijke termijn gegund met het voorstel om de vrijwaring alleen nog te laten gelden als toetreding tot de regeling vóór 1 mei 2018 geformaliseerd is.

Uniforce gaat in hoger beroep

Uniforce heeft tegen de uitspraak van de rechter inmiddels hoger beroep aangetekend.

Verder lezen? We verwijzen je graag door naar het volledige artikel op ZipConomy.

Heb je vragen of wil je meer informatie nav dit artikel, dan kun je contact opnemen met Stef Witteveen, via 0341-416500.

Lees ook het artikel: Uniforce is gebaseerd op de wet, niet op de vso.