Samenvatting uitspraak Rechtbank Breda BX7629
Datum uitspraak: 11-07-2012
Datum publicatie: 18-09-2012

De verhouding tussen de oproepkrachten en het inventarisatiebureau voldoet aan de drie gestelde eisen van een arbeidsovereenkomst: werkgeversgezag, persoonlijke arbeid en loon. Daarom moeten de oproepkrachten zijn verzekerd volgens de werknemersverzekeringen.

De situatie:
Het inventarisatiebureau huurt per week oproepkrachten uit een pool in voor het dan beschikbare werk. Het werk wordt bij de klant op locatie uitgevoerd. De Belastinginspecteur heeft het inventarisatiebureau een beschikking gegeven waarin staat dat de oproepkrachten verzekerd moeten zijn volgens de regels betreffende de werknemersverzekeringen. Het inventarisatiebureau maakt hiertegen bezwaar.

De vraag: Moet de arbeidsverhouding tussen de oproepkrachten en het inventarisatiebureau worden gezien als een arbeidsovereenkomst en moeten er daarom dus werknemerspremies worden betaald?

De uitspraak:
De Belastinginspecteur beoordeelt de situatie aan de hand van BW 7:610 lid 1, waarin staat dat een arbeidsovereenkomst uit drie onderdelen bestaat: werkgeversgezag, persoonlijke arbeid en loon. De Rechtbank acht bewezen dat hiervan sprake is want:

  • Het inventarisatiebureau betaalt loon uit aan de oproepkrachten.
  • Wanneer een oproepkracht is ingeroosterd is hij verplicht persoonlijk het werk uit te voeren. Hij kan niet een willekeurige vervanger sturen want het inventarisatiebureau wil een nieuwe oproepkracht eerst ontmoeten.
  • De oproepkrachten werken volgens de aanwijzingen van het inventarisatiebureau. Deze krijgen ze bij de ontmoeting op het inventarisatiebureau in een powerpoint presentatie uitgelegd. Daarbij werken de oproepkrachten in de kern van de bedrijfsvoering van het inventarisatiebureau. Het is daarmee niet voorstelbaar dat er geen gezag zou zijn.

De Rechtbank geeft de Belastinginspecteur gelijk, de oproepkrachten moeten verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

Gevolg:

In deze procedure wordt niet genoemd wat het gevolg is maar deze laat zich raden: het inventarisbureau moet premies af gaan dragen voor alle oproepkrachten. In de pool waaruit het bureau zijn oproepkrachten inhuurt zitten ongeveer 160 tot 200 mensen.

Wanneer de oproepkrachten ieder vanuit een eigen DUBV hadden gewerkt, dan zou het inventarisatiebureau wel op deze manier hebben kunnen werken. Met een DUBV ligt de gezagsrelatie namelijk in de eigen BV van de oproepkracht waardoor deze niet bij het inventarisatiebureau ligt. Daardoor is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst en hoeft het inventarisatiebureau geen premies af te dragen.