De situatie
Een jurist gaat op basis van een overeenkomst van opdracht aan het werk bij een juristenkantoor. Hij wordt contant uitbetaald. Als de opdrachtgever niet op tijd betaalt, schort hij per 24 december 2012 zijn werkzaamheden op en stuurt hij de opdrachtgever een e-mail. Hij vraagt om hervatting van de loonbetaling omdat hij werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst. Hij houdt zich ook beschikbaar om weer aan het werk te gaan. De opdrachtgever beëindigt per omgaande en per direct de overeenkomst van opdracht.

De vordering: het is een arbeidsovereenkomst
De jurist stapt naar de rechter om loonbetaling te vorderen tot en met 28 februari 2013. Uit de feitelijke uitvoering van de overeenkomst blijkt volgens hem dat het om een arbeidsovereenkomst gaat. Hij komt met de volgende argumenten:

  • Hij had geen vrijheid in de wijze waarop hij zijn werk uitvoerde.
  • Er was een gezagsverhouding.
  • De werktijden werden door de werkgever vastgesteld.
  • De hoogte van het loon was niet afhankelijk van het aantal gewerkte uren.

Omdat het om een arbeidsovereenkomst gaat en er geen dringende reden voor ontslag was, had de werkgever toestemming voor beëindiging bij het UWV moeten vragen.

Het verweer van de opdrachtgever: het is een overeenkomst van opdracht
De opdrachtgever stelt dat er helemaal geen arbeidsovereenkomst was maar een overeenkomst van opdracht en komt met de volgende argumenten:

  • In de e-mails betitelt de jurist zich als opdrachtnemer en spreekt hij van een ‘opdracht’.
  • Sinds 2010 sluit het bedrijf überhaupt geen arbeidsovereenkomsten meer.
  • De jurist heeft zelf gekozen voor een overeenkomst van opdracht en voor contante uitbetaling.
  • De jurist had nog een baan in de horeca.
  • Er is afgesproken dat er een overeenkomst van opdracht zou worden gesloten met een vast uurtarief.

De overeenkomst is inmiddels door het bedrijf beëindigd.

Het oordeel
De rechter kijkt eerst naar de afspraken die er zijn gemaakt en concludeert dat het de bedoeling van de partijen was om een overeenkomst van opdracht aan te gaan. Dat blijkt uit de e-mails en de erkenning van de jurist dat er tijdens het sollicitatiegesprek is gesproken over de mogelijkheid van een overeenkomst van opdracht. Er zijn nooit salarisstroken of loonspecificaties verstrekt en er is ook geen loonbelasting of premies afgedragen.

BBA soms van toepassing op overeenkomst van opdracht
Het BBA (Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen) is niet alleen van toepassing op arbeidsovereenkomsten maar kan in bijzondere omstandigheden ook van toepassing zijn op een overeenkomst van opdracht. De rechter concludeert dat dat in dit geval zo is.
Het BBA definieert een werknemer als degene die persoonlijk arbeid verricht voor maximaal twee anderen of zich door niet meer dan twee anderen laat bijstaan en voor wie de arbeid niet alleen maar een bijkomstige werkzaamheid is. Vervolgens definieert het BBA een arbeidsverhouding als de rechtsbetrekking tussen de werkgever en de werknemer. En zo is deze opdrachtnemer opeens een werknemer voor wie de ontslagbescherming van het BBA geldt.
De volgende punten waren bij die conclusie van de rechter van belang:

  • De jurist moest de werkzaamheden persoonlijk verrichten.
  • Hij deed geen werkzaamheden voor andere opdrachtgevers (het bestaan van het horecawerk heeft de jurist ontkend).
  • De jurist liet zich niet bijstaan door anderen.
  • Hij moest zijn inkomsten voornamelijk uit dit werk genereren.

De opdrachtgever moet de jurist het afgesproken maandelijkse bedrag uitbetalen tot 28 februari 2013.