Samenvatting uitspraak Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak: 05-03-2015
Datum publicatie: 18-03-2015

De Belastingdienst heeft de VAR-wuo van de verpleger terecht omgezet in een VAR-loon omdat de feitelijke omstandigheden niet overeenkomen met de antwoorden op het aanvraagformulier.

De situatie:
De verpleger is ingeschreven bij de KvK en heeft een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Hij is werkzaam via bemiddelingsbureau A bij bedrijf B, een WTZi toegelaten zorginstelling en bij bedrijf D. Bedrijf B en D hebben verschillende regionale teams waarvoor de verpleger opdrachten uitvoert. De verpleger ziet deze verschillende regionale teams als verschillende opdrachtgevers. Daarom heeft hij op het aanvraagformulier onder andere ingevuld dat hij meer dan zeven opdrachtgevers heeft en minder dan 50% via een bemiddelingsbureau werkt. De Belastingdienst is het hier, bij een controle, niet mee eens en zet zijn VAR-wuo om in een VAR-loon. De verpleger gaat hiertegen in beroep.

De vraag: heeft de Belastingdienst de VAR-wuo terecht omgezet in een VAR-loon?

De uitspraak:
De Rechtbank ziet de verschillende regionale teams van de bedrijven B en D niet als aparte opdrachtgevers. Ze zijn onderdeel van de betreffende bedrijven. Bovendien declareert de verpleger al zijn uren voor de teams van B en D bij bedrijf B en loopt de facturering centraal via bedrijf E (bemiddelingsbureau A, bedrijf B en D en bedrijf E zijn onderdeel van het C-concern). Alle inkomsten van de verpleger komen dus via bedrijf E, wat betekent dat er feitelijk slechts één opdrachtgever is.

De verpleger werkt via bemiddelingsbureau A bij bedrijf B en onderhoudt zelf contact met bedrijf D. Maar de rechter vindt dat er geen onderscheid valt te maken tussen zijn werkzaamheden voor bedrijf B en D. Hiermee zijn de feitelijke omstandigheden zodanig dat de verpleger voor meer dan 50% via een bemiddelingsbureau werkt.

De verpleger vindt dat hij een ondernemer is want:

  • hij bepaalt zelf zijn uurtarief;
  • hij is niet verplicht een opdracht te aanvaarden of op bepaalde uren te werken;
  • hij is zelfstandig werkzaam en voert de zorghandelingen naar eigen inzicht en zonder toezicht uit;
  • hij kan aansprakelijk worden gesteld voor door hem gemaakte fouten;
  • hij loopt een financieel risico bij ziekte, arbeidsongeschiktheid of bij het uitblijven van opdrachten of faillissement van de opdrachtgevers.

De rechtbank vindt dat de ondernemer niet genoeg zelfstandigheid heeft ten opzichte van de zorginstellingen en niet genoeg ondernemersrisico loopt. De verpleger heeft namelijk geen contract met de cliënt zelf. Verder verschillende de vrijheden en risico’s die de verpleger heeft niet met die van een uitzendkracht. Dat de verpleger zonder toezicht werkt en op eigen inzicht verschilt ook niet met de situatie van een verpleger in loondienst. Ook werknemers kunnen onderhandelen over hun vergoeding voor de werkzaamheden.

De rechtbank oordeelt dat de verpleger geen ondernemer is en dat de feitelijke omstandigheden niet overeen komen met de antwoorden op het aanvraagformulier. De Belastingdienst heeft de VAR-wuo terecht omgezet in een VAR-loon.