Samenvatting uitspraken Rechtbank Zeeland – West – Brabant (AWB-14-4427/AWB-14-4958)
Datum uitspraken: 27-03-2015
Datum publicatie: 17-04-2015

De beide verpleegkundigen die AWBZ zorg in natura verlenen via een WTZi toegelaten zorginstelling, worden niet als zelfstandigen gezien.

De situatie:
Bij beide uitspraken gaat het om verpleegkundigen die AWBZ zorg in natura leveren via één zorginstelling. Zij hebben een VAR-wuo aangevraagd en de Belastingdienst heeft hen een VAR-loon opgestuurd. Hiertegen gaan ze in beroep.

De vraag: worden de werkzaamheden van de verpleegkundigen gezien als winst uit onderneming?

De uitspraak:
Onder ‘onderneming’ wordt verstaan: het zelfstandig uitgeoefend beroep en onder ‘ondernemer’ wordt verstaan: de beoefenaar van een zelfstandig beroep. Hiervan is sprake wanneer de verpleegkundige de werkzaamheden zelfstandig en voor eigen rekening verricht en daarbij ondernemersrisico loopt. Er is sprake van ondernemersrisico wanneer de zelfstandige voor zijn omzet afhankelijk is van het zelfstandig aantrekken van cliënten, debiteurenrisico loopt en/of investeert in bedrijfsmiddelen.

In de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) staat dat een cliënt zich wendt tot een zorgaanbieder (persoon of instelling) met wie zijn zorgverzekeraar een contract heeft. De zorginstelling moet toegelaten zijn volgens de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi). In de WTZi staan een aantal eisen waaraan een zorginstelling moet voldoen.

Door deze regelgeving is het niet mogelijk dat de verpleegkundigen de zorg uit eigen naam, voor eigen verantwoordelijkheid en voor eigen risico aan de cliënten hebben verleend. De zorginstelling is de zorgaanbieder van de cliënt. De geldstroom gaat ook via de zorginstelling naar de verpleegkundige en er is op voorhand een budget beschikbaar voor de cliënt. Er is dus geen sprake van debiteurenrisico.

De verpleegkundigen worden beiden niet als zelfstandige gezien, zij krijgen terecht geen VAR-wuo.