Samenvatting uitspraak Rechtbank Noord Holland HAA12/3763
Datum uitspraak: 21-06-2013
Datum publicatie: 21-08-2013

De verhouding tussen het uitzendbureau en de freelance zorgverleners moet worden aangemerkt als fictief dienstverband, ondanks dat het uitzendbureau in de overeenkomst van opdracht heeft opgenomen geen intentie te hebben om een arbeidsovereenkomst aan te gaan met de freelancer.

De situatie:

Het uitzendbureau voor de zorg heeft met verschillende bedrijven een overeenkomst waarbij het uitzendbureau zorgverleners levert al naar gelang de vraag. Het uitzendbureau heeft met verschillende individuele zorgverleners contracten waarin staat dat de zorgverlener:

  • vrij is om de opdracht naar eigen inzicht en geheel zelfstandig uit te voeren;
  • vrij is om de opdracht door een derde te laten uitvoeren, waarbij de zorgverlener verantwoordelijk is voor de kwaliteit;
  • zelf de verschuldigde inkomstenbelasting en premies sociale verzekering moet afdragen, het uitzendbureau betaalt een honorarium voor de uitgevoerde opdrachten waarin deze afdrachten zijn inbegrepen.

De Belastinginspecteur heeft een boekencontrole gehouden bij het uitzendbureau en daarbij geconstateerd dat de uitbetaalde honorariums als bruto loon hadden moeten worden aangegeven. Er is gecontroleerd of de uitbetaalde honorariums zijn aangegeven door de betreffende zorgverleners in hun aangifte inkomstenbelasting. Dit was bij (afgerond) 70% van de onderzochte zorgverleners niet het geval. Een aantal zorgverleners had een VAR-wuo ingediend bij het uitzendbureau, voor deze mensen is het uitzendbureau gevrijwaard. Voor de overige zorgverleners krijgt het uitzendbureau een naheffing voor de loonheffingen.

De vraag: is deze naheffing terecht, is er inderdaad sprake van een fictief dienstverband?

De uitspraak:

De Rechtbank oordeelt dat de arbeidsverhouding tussen het uitzendbureau en de zorgverleners wel degelijk een fictieve dienstbetrekking is in de zin van artikel 2a van het Uitvoeringsbesluit. Want:

  • Het uitzendbureau heeft overeenkomsten gesloten met de bedrijven die zorg afnemen, de individuele zorgverleners hebben geen overeenkomst met deze bedrijven maar enkel met het uitzendbureau.
  • Het uitzendbureau trad niet terug nadat zij het contact had gelegd tussen de bedrijven en de individuele zorgverlener, want zij bleef als contractpartner verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van de werkzaamheden.
  • Het uitzendbureau zorgde voor vervanging bij ziekte van de zorgverlener.
  • De bedrijven maakten tariefafspraken met het uitzendbureau en niet met de zorgverleners.
  • De zorgverleners declareerden bij het uitzendbureau en kregen door haar betaald. De bedrijven hadden geen zicht op de bedragen die het uitzendbureau aan de zorgverleners betaalde.
  • Het uitzendbureau was het aanspreekpunt voor de bedrijven bij problemen.
  • De zorgverleners hebben de werkzaamheden nooit door een derde laten uitvoeren.

Dat er in het contract tussen de zorgverlener en het uitzendbureau is opgenomen dat de partijen niet de wil hebben om een arbeidsovereenkomst aan te gaan, doet er niet toe. Ook het feit dat een aantal zorgverleners een VAR-wuo hebben gekregen van de Belastingdienst en daardoor als ondernemer worden gezien betekent niet dat de andere zorgverleners ook ondernemer zijn. De naheffingen van de Belastingdienst zijn dus terecht.

Gevolg:

Het uitzendbureau moet de naheffingen van € 379.495,- en de rente van € 41.088,- betalen.