Samenvatting uitspraak Rechtbank Zeeland/West Brabant AWB-11_6370
Datum uitspraak: 17-04-2014
Datum publicatie: 20-05-2014

Belanghebbende presenteert een rijschool als VOF waarin hij en de rijinstructeurs vennoten zijn. Volgens de Belastingdienst en de Rechtbank zijn de rijinstructeurs in de feitelijke situatie in loondienst bij belanghebbende en is er van een VOF geen sprake. Belanghebbende moet de naheffingen en boetes betalen.

De situatie:

Belanghebbende heeft een eenmanszaak A. De rijschool, VOF B, waar belanghebbende vennoot van is, huurt de lesauto’s en motoren van A. Naast belanghebbende zijn er ook een aantal rijinstructeurs vennoot in B (zij beschikken niet over een VAR). Na een ge√ęscaleerde vennoten vergadering hebben de rijinstructeurs bij de Belastingdienst aangegeven dat zij vermoeden dat er sprake is van een loondienstverband en niet van een VOF. De Belastingdienst heeft toen een boekencontrole gehouden en concludeerde dat er inderdaad sprake is van loondienst. Zij legde belanghebbende naheffingen en boetes op. Belanghebbende ging in beroep.

De vraag: zijn de rijinstructeurs ondernemers in een VOF of is er feitelijk sprake van loondienst bij belanghebbende?

De uitspraak:

Er is sprake van loondienst wanneer de drie elementen werkgeversgezag, persoonlijke arbeid en loon aanwezig zijn in de feitelijke situatie (BW 7:610). De Rechtbank stelt dat wanneer de feitelijke situatie afwijkt van hetgeen op papier staat, de feitelijke situatie doorslaggevend is. De feitelijke situatie bij de rijschool was als volgt:

  • Belanghebbende bepaalde welke en hoeveel leerlingen de rijinstructeurs kregen toegewezen.
  • De rijinstructeurs kregen een netto bedrag per gewerkt uur, de hoogte hiervan werd door belanghebbende bepaald. Ze kregen altijd betaald, ook als de rijschool verlies draaide. Zij liepen dus geen debiteurenrisico.
  • Belanghebbende bepaalde eenzijdig de bedrijfsvoering, deed de marketing en administratie. De rijinstructeurs kregen geen inzicht in de administratie. Ook had belanghebbende alle tekenbevoegdheid voor de VOF en de rijinstructeurs slechts voor een klein bedrag.
  • Belanghebbende heeft zonder medeweten van de instructeurs zichzelf een winstuitkering gegeven.
  • Er is niet gebleken dat de rijinstructeurs zichzelf als ondernemers naar buiten toe presenteerden.
  • Belanghebbende had het eerste contact met de leerlingen en nam later nog eens contact met ze op om te vragen of ze tevreden waren over de lessen van de instructeur. Hij sprak de rijinstructeurs aan wanneer hij niet tevreden over ze was.
  • De vennoten die staan ingeschreven bij de KvK wisten lange tijd niet van elkaars bestaan en waren zich niet bewust van hun status als vennoot.

De Rechtbank is van oordeel dat de Belastinginspecteur het aannemelijk heeft gemaakt dat de rijinstructeurs werk verrichten voor belanghebbende en daarvoor werden betaald. Ook acht de Rechtbank aannemelijk dat belanghebbende daarbij gezag uitvoerde. Er is dus sprake van een loondienstverband, de naheffingen loonbelasting zijn terecht. Ook oordeelt de Rechtbank dat er sprake is van opzet waardoor de boete ook terecht is.