Samenvatting uitspraak Rechtbank Gelderland AWB-13_2407
Datum uitspraak: 04-02-2014
Datum publicatie: 18-03-2014

De inrichting van haar werkzaamheden als zelfstandig verpleegkundige voldoen niet aan de voorwaarden voor het zelfstandig uitoefenen van een beroep (art. 3.5 Wet IB 2001). Daarom worden haar inkomsten uit 2008 gezien als resultaat overige werkzaamheden en niet als winst uit onderneming.

De situatie:

De verpleegkundige is in 2008 als zelfstandige begonnen. In 2008 had ze geen VAR aangevraagd, voor de jaren erna wel en kreeg ze een VAR-wuo. Ze had in 2008 een aantal cliënten die ze via bemiddelingsbureaus heeft gekregen. In de contracten met de verschillende bemiddelingsbureaus staat o.a.:

  • dat de verpleegkundige het contract aangaat met de cliënt;
  • de verpleegkundige zelf voor vervanging moet zorgen bij ziekte/afwezigheid, mits de cliënt hiermee akkoord is;
  • dat de verpleegkundige haar vergoeding ontvangt via de bemiddelingsbureaus met aftrek van de bemiddelingsfee.

(Opsomming is een benadering van de verschillende contracten, voor details zie de volledige uitspraak). De verpleegkundige heeft haar omzet voor 2008 opgegeven als winst uit onderneming en rekening gehouden met MKB-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek. De Belastingdienst heeft bij de controle vastgesteld dat er sprake is van resultaat overige werkzaamheden wat betekent dat de verpleegkundige geen recht heeft op de winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek. De verpleegkundige maakt hiertegen bezwaar.

De vraag: is er in de werksituatie van de verpleegkundige sprake van winst uit onderneming?

De uitspraak:

Om te bepalen of er sprake is van winst uit onderneming moet de werksituatie voldoen aan artikel 3.5 van de Wet Inkomstenbelasting 2001. Hierin staat dat er sprake is van een zelfstandig uitgeoefend beroep wanneer de verpleegster de werkzaamheden voor eigen rekening verricht en daarbij ondernemersrisico loopt. Ondernemerschap wordt o.a. beoordeeld door:

  • de duurzaamheid en omvang van de werkzaamheden;
  • de grootte van de opbrengst;
  • de winstverwachting;
  • het lopen van (ondernemers)risico;
  • het streven naar continuïteit;
  • de beschikbare tijd;
  • de bekendheid die naar buiten aan de werkzaamheden wordt gegeven;
  • het aantal opdrachtgevers.

De Belastingdienst vindt dat er geen sprake is van ondernemerschap want:

  • de verpleegkundige is voor haar cliënten volledig afhankelijk van bemiddelingsbureaus;
  • ze maakt geen reclame en werft geen eigen cliënten op een andere manier;
  • de bemiddelingsbureaus verzorgen de facturering en coördineren en begeleiden (administratief) de werkzaamheden;
  • de verpleegkundige loopt geen debiteurenrisico bij verleende zorg in natura. (Misschien wel bij cliënten met een eigen pgb-budget.)

De Rechtbank oordeelt dat de verpleegkundige niet heeft kunnen bewijzen dat ze debiteurenrisico liep, mede omdat de facturering via de bemiddelingsbureaus liep. Ook heeft de verpleegkundige bevestigd dat ze bij al haar cliënten zorg in natura heeft verleend. De contracten die de verpleegkundige met de bemiddelingsbureaus heeft gesloten zijn in dermate ruime bewoordingen opgesteld dat ze zowel voor zorg in natura als particuliere zorg kunnen gelden. Nu niet blijkt dat de verpleegkundige voor eigen rekening en risico heeft gewerkt, oordeelt de Rechtbank dat er geen sprake is van winst uit onderneming. Het feit dat ze in de latere jaren wel een VAR-wuo heeft gekregen zegt niks over het jaar 2008. De verpleegkundige heeft dus geen recht op MKB-vrijstelling en startersaftrek voor het jaar 2008, ze zal de aanslag van de Belastingdienst moeten betalen.